Afghanistan Analysts Network – English

AAN in the Media

Mensenrechtenschendingen in Afghanistan: ‘Het is alsof het huis is weggespoeld’

4 min

De Groene Amsterdammer, 3 November 2021

AAN’s Ehsan Qaane and Kate Clark are extensively quoted in the Dutch publication on attempts to rescue human rights advocates from Afghanistan, on how Afghan activists helped the ICC on a planned investigation on war crimes and were disappointed and on how the Americans wanted to create democracy through warlords:

Terwijl er veel aandacht is voor de levensbedreigende situatie waarin tolken verkeren die met buitenlandse legers werkten, is die er nauwelijks voor het lot van mensenrechtenactivisten. ‘Ik moet voorzichtig zijn’, zegt Ehsan Qaane, die voorheen onderzoeker was bij de Onafhankelijke Mensenrechtencommissie van Afghanistan. Tegenwoordig is hij medewerker van het Afghanistan Analysts Network (AAN) en verblijft hij in een veilig land. Ook hij doet alles om mensen in veiligheid te brengen. ‘Veel mensenrechtenverdedigers, hun familieleden en anderen worden bedreigd vanwege hun werk, gender, etniciteit of religie. Ik denk constant aan hen. Fysiek ben ik niet in Afghanistan, maar mentaal ben ik helemaal daar’, zegt hij met zachte stem, terwijl hij zijn dochtertje troost dat moe van een dag op de crèche is thuisgekomen. (…)

‘De Amerikanen dachten dat ze democratie konden brengen door in Afghanistan warlords aan de macht te brengen’, stelt Qaane. ‘Ik heb gezien hoe de gewelddadige opstand, de terreur en het fundamentalisme groeiden. Je moet weten dat veel Taliban behoren tot de generatie die na 2001 opgroeide.’ Het lot van Afghanistan werd bezegeld toen de VS in februari 2020 in Doha een ‘vredesakkoord’ sloten. ‘Opeens zaten we allemaal in de val’, zegt Qaane.

(…)

Mensenrechtenactivisten verwelkomden de bekendmaking van de aanklager van het Internationaal Strafhof (International Criminal Court, ICC) in 2007; er liep een vooronderzoek naar misdrijven in Afghanistan. ‘Oorlogsslachtoffers zagen het hof als hun hoop, als een laatste kans’, zegt Qaane. Activisten en onderzoekers hielpen het hof waar ze konden. (…) In 2009 richtten Qaane met Armanshahr en andere organisaties de Transitional Justice Coordination Group (TJCG) op. Een coalitie van 26 organisaties om ‘de stem te laten horen van Afghanistans slachtoffers van oorlog en onderdrukking’. De TJCG sprak publiekelijk het Internationaal Strafhof toe en zette zich concreet in. (…)  ‘Maar het ICC deed geen outreach’, zegt Qaane. Vanuit het hof kwamen geen informatievoorziening, consultaties of uitwisseling met de bevolking. De griffie stelde een online formulier op met vragen over het leed dat mensen was aangedaan en hoe zij dachten over een strafrechtelijk traject door het ICC. Die vragenlijsten moesten door Afghanen worden ingevuld en naar het Strafhof worden gestuurd. ‘Maar een maand was te kort. Het was winter. Omdat het gevaar groot was, was reizen heel moeilijk. Als TJCGmoesten we denken aan de veiligheid van collega’s en slachtoffers’, herinnert Qaane zich. Uiteindelijk gaven de rechters een maand verlenging. (…)

‘Ondanks de immense problemen was het gelukt. Het was het grootste aantal slachtofferrepresentaties dat het ICC ooit had ontvangen. Vrijwel alle mensen wilden strafrechtelijke vervolging, slechts een klein groepje was tegen. We wisten dat het ICC nooit alles kan oplossen en ook dat het niet gemakkelijk zou zijn. Maar in ieder geval zou er een begin gemaakt worden waarbij sommige daders berecht zouden kunnen worden’, vertelt Qaane. Nadat de formulieren waren ingediend en veel mensen hoop hadden gekregen, werd het zoals voorheen stil aan de kant van het Strafhof. ‘Het formele argument was dat er geen strafrechtelijk onderzoek liep en er dus geen mandaat voor informatievoorziening was’, legt Qaane uit. (…) ‘Ik verwachtte het wel een beetje, waardoor het geen shock voor mij was’, zegt Qaane. ‘Maar sommige mensenrechtenactivisten waren totaal teleurgesteld. Het was een politiek besluit, waar geen wettelijke basis voor was.’ (…)

 Op 5 maart 2020 gaven de rechters van de beroepskamer groen licht: de aanklager kon aan de slag. ‘Terwijl het hof nu een duidelijk mandaat had, was er helaas weer geen informatie voor de Afghaanse bevolking’, zegt Qaane. (…)

Kate Clark, co-directeur van het Afghanistan Analyse Network (AAN), wijst er in een artikel op dat de Afghaanse regering ‘alles’ heeft gedaan eenICC-onderzoek ‘te dwarsbomen’, en zelf weinig aan vervolging van oorlogsmisdrijven deed. (…)

Bronnen vertelden AAN dat het bureau van de aanklager contact opnam met de Afghaanse ambassade in Den Haag om te vragen of Afghanistan nog in staat was oorlogsmisdrijven te onderzoeken. Het antwoord was nee, want de instituties in Afghanistan zijn ingestort. ‘De bal lag weer bij de aanklager’, zegt Clark. (…)

Khan laadt de verdenking op zich dat hij toegeeft aan Amerikaans bullying jegens het hof, stelt Clark.

Qaane wikt en weegt. ‘Ik heb er gemengde gevoelens over. Het is ethisch gezien niet goed dat er een hiërarchie van slachtoffers wordt gecreëerd’, zegt hij. Slachtoffers van daders die behoren tot machtige partijen hebben minder kans om gerechtigheid te krijgen dan slachtoffers van zwakkere groepen en landen. ‘Het is selectieve gerechtigheid’, aldus Qaane. (…)

‘Het is ook niet goed voor Afghanistan’, zegt Qaane, ‘want nu kunnen de Taliban zeggen dat zij worden aangevallen door buitenlanders die het op hen hebben gemunt, terwijl de VS en voormalige Afghaanse veiligheidsdiensten niet aangepakt worden. Een deel van de samenleving zal hun argument accepteren.’ Maar om pragmatische redenen kan Qaane het voorstel van Khan begrijpen. ‘Ik snap dat je het onderzoek naar Amerikanen op een lager pitje zet als het zo moeilijk is om te starten met misdrijven door de VS’, zegt Qaane. Beter iets dan niets.

Er zijn sterke argumenten om Amerikanen wel strafrechtelijk te vervolgen. Kate Clark wijst erop dat de marteling ‘was geautoriseerd door juist de top van de democratisch gekozen VS-regering’. (…)

 ‘Het ICC heeft een verantwoordelijkheid voor de personen die constant klaar stonden om het hof te ondersteunen. Ik ben ook heel erg bezorgd over de tien- tot vijftienduizend slachtoffers die hebben verklaard dat ze willen dat de Taliban en IS worden vervolgd, en hun familieleden. Het Strafhof laat hen echter in de steek’, zegt Ehsan Qaane.

Het ICC heeft niets gedaan voor de redding van Afghanen die zich hebben ingezet. ‘Namens de Transitional Justice Coordination Group sprak ik met een functionaris van het Strafhof die zelf zeer bereid was om te helpen met een officiële brief van het ICC voor Afghanen, waarin wordt gesteld dat deze persoon geëvacueerd moet worden. Maar ze had goedkeuring van de top van het hof nodig. Het hof was bezorgd dat het uitgeven van brieven een onnodig gevaar zou opleveren’, vertelt Qaane. Het leek beter om de namen van slachtoffers en mensenrechtenactivisten die betrokken waren geweest bij het faciliteren van ICC-activiteiten op de evacuatielijsten van welwillende ambassades te plaatsen. ‘De president van het hof zou contact opnemen met diplomaten van deze ambassades, maar er is niets vernomen. Ze zijn bij het ICC langzaam met het nemen van een besluit. Het is zo teleurstellend.’ (…)

Qaane is somber. ‘Het is moei-lijk voor te stellen dat de Taliban in staat zijn vrede en stabiliteit te brengen. Ze zijn strijders, maar hebben niet de kennis en ervaring om een land te regeren of een rechtsstaat op te bouwen. Het verzet zal groeien. Wat we hebben opgebouwd is kapot.’